Poriën zijn niet de enige “holle” ruimten in metselwerk. Metselwerk vertoont namelijk ook scheurvorming. Door de bouwwijze – bijvoorbeeld kistwerk[i] – en uitvoeringsfouten kunnen er ook holle ruimten in het metselwerk ontstaan. De verschillende “holle ruimten” in het metselwerk zijn in een droge toestand gevuld met lucht en bij een vochtbelasting worden deze gevuld met water. In deze webpublicatie worden de volgende definities gehanteerd die gebaseerd zijn op een onderscheid in vochttransportmechanismen:

  • poriën:

De afmetingen van de poriën zijn zo klein – diameter < 0,1 mm – dat de poriën geschikt zijn voor capillair vochttransport en capillaire condensatie[ii].

  • scheuren:

De afmetingen van scheuren zijn zo groot – > 0,1 mm – dat het vochttransport uitsluitend plaats vindt onder invloed van een externe kracht. Dit kan de zwaartekracht zijn maar bijvoorbeeld ook de winddruk. Het water kan aan de andere zijde uit de scheur stromen zonder dat dit verhinderd wordt door de “capillaire” krachten. De stromingssnelheid is afhankelijk van de afmetingen van de scheur (stromingsweerstand).

De afmetingen van scheuren in metselwerk zijn zeer verschillend. Constructieve scheuren kunnen zelfs enkele centimeters breed zijn. Veel scheuren zijn voor het oog niet of nauwelijks zichtbaar. Scheurvorming in metselwerk heeft grote consequenties voor de vochthuishouding van het metselwerk. Scheuren zijn preferentiële wegen voor de penetratie van water in het materiaal [21].

Scheuren in metselwerk ontstaan door externe krachten zoals zetting en trillingen maar ook door thermische uitzetting. Scheuren kunnen ook tijdens de bouw of bij de productie van baksteen ontstaan. Zo komen scheuren voor in baksteen ten gevolge van het niet goed mengen van de klei waardoor er een gelaagdheid is ontstaan. Ook het bakproces kan leiden tot scheurvorming in de steen.

Scheuren op het grensvlak steen – mortel komen voor als de mortel zich niet goed gehecht heeft aan de baksteen. Oorzaken hiervan zijn meestal teveel wateronttrekking aan de mortel of de tik met de troffel op de steen om de goede lagenmaat te krijgen.

inwendige scheuren in baksteen

  • holle ruimten:

Kenmerkend voor holle ruimten in metselwerk is dat zich hierin in principe water kan verzamelen en dat deze niet vanzelf weer “leeglopen”. In de praktijk komt water alleen in een holle ruimte als water via een scheur wordt toegevoerd. Vanuit de holle ruimten kan het water zich door capillair vochttransport verder door het metselwerk verdelen.

Holle ruimten in metselwerk ontstaan door fouten tijdens de bouw[iii] maar kunnen ook ontstaan door scheurvorming. Een bijzondere vorm van holle ruimten komt voor bij zogeheten kistwerk waarbij de kern van het metselwerk wordt gevormd door los gestorte restanten mortel en puin. Deze kern klinkt gemakkelijk in waardoor er holle ruimten ontstaan.

Ten gevolge van regendoorslag kan er uitloging van kalk ontstaan. Op den duur kan dit leiden tot holle ruimten.

slecht_gevulde_voeg

 kistwerk
slecht gevulde voeg in een molenromp kistwerk
Bron: onbekend
 regendoorslag_bosch
Slecht gevulde stootvoegen die leiden tot regendoorslag
Bron: archief Hans Bosch


[i] Vroeger kwam het voor dat voor een muur verschillende kwaliteiten steen werden gebruikt. Voor de buitenzijde werd een hardere steen gebruikt. Deze harde steen moest een te grote absorptie van regenwater tegengaan. Om kosten te sparen werd voor diepere lagen een veel slechtere kwaliteit steen toegepast. De onderstaande foto van een molenromp waar de priem gemakkelijk in een “binnensteen” geprikt kon worden.
zachte_steen_met_prim

[ii] Capillair vochttransport is o.a. de afmeting van de porie (zie formule 1 en formule 2). Praktisch bezien is het capillair vochttransport bij een diameter van 0,1 mm en groter te verwaarlozen.

 capillaire_zuigspanning

σw = oppervlaktespanning water

ϑ = contacthoek tussen water en poriewand

d = diameter van de porie

formule 1: capillaire zuigspanning pc
Bron: Hens H.; Building Physics – Heat, Air and Moisture; Berlin 2007
overzicht_stijghoogten_breedte_porie
hmax = maximale stijghoogte [m]
Ϭ = oppervlaktespanning vloeistof [N/m]
δ = hoek tussen vloeistof en wand [graden]
r = straal van de porie [m]
ρ = soortelijke massa van de vloeistof [kg/m3]
g = zwaartekracht [9,81 m/sec2]
formule 2: berekening maximale stijghoogteBron: Frössel Frank; Wenn das Haus nasse Füsse hat – Mauerwerkstrockenlegung und Kellersanierung; Stuttgart 2001
Bij water is de oppervlaktespanning afhankelijk van de temperatuur. Deze neemt af als de temperatuur van het water stijgt. Bij gevels heeft dit tot gevolg dat in de zomermaanden de theoretische maximale stijghoogte afneemt.
De oppervlaktespanning Ϭ (verticaal) versus de temperatuur.
Bron: Tammes E. & Vos B.H.; Warmte- en vochttransport in bouwconstructies; Deventer 1984

[iii] In veel bestekken staat dat er ”vol en zat” gemetseld moet worden. Hoewel dit vanzelf sprekend lijkt, was, is en blijft dit een zwak punt in de uitvoering.


Reacties

1.1 poriën, scheuren en holle ruimten — Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het beantwoorden van vragen op de website is een gratis service die verleend wordt als er tijd voor is. En past in de doelstelling van de website, het geven van voorlichting. Reacties/vragen worden dan ook pas na moderatie geplaatst. En zijn daarna voor iedereen te lezen.

HTML tags allowed in your comment: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>