De catalogi van normalisatie-instituten als het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN), International Organisation for Standardization (ISO) en International Electrotechnical Commission (1EC) laten een groot aantal normen zien die als onderwerp statische elektriciteit hebben. Deze normen richten zich vooral op het definiëren van materiaaleigenschappen en het meten ervan. Nadruk ligt meestal op het voorkomen van explosies, schade aan elektronicaonderdelen ofhet creëren van ESD-veilige werkplekken en ruimten in industriële situaties. Ze zijn daarom belangrijk voor de handel en de industrie maar minder geschikt voor de praktijk in kantoren, scholen, woningen e.d.

Wat de gezondheid betreft zijn er voor de oplading van personen geen normen. Het ondervinden van hinder door statische ontlading wordt kennelijk niet gezien als een voor de gezondheid schadelijk effect. De Gezondheidsraad heeft mogelijk onder meer daarom geen limieten voor de maximale lichaamsspanning (oplading) opgesteld [10, 11].

Slechts één norm geeft een grenswaarde voor de maximaal toegestane statische oplading van personen in kantoren: NormEntwurfDIN 54346 ‘Klassifikation des elektrischen und elektrostatischen Verhaltens von Bodenbelägen und Bodenbeschichtungen’ [12]. Hierin wordt een lichaamsspanning aangegeven van maximaal 2 kV bij een loopproef. De loopproef is een gestandaardiseerde proef voor het testen van tapijt en andere veerkrachtige vloerbedekking in een laboratorium [13,14]. Hierbij worden speciaal voorgeschreven sandalen gebruikt. Het resultaat van de loopproef is een lichaamsspanning. Deze proef moet uitgevoerd worden bij een relatieve luchtvochtigheid van 25% en een temperatuur van 20°C.

De norm noemt ook een grenswaarde voor de totale elektrische weerstand naar de aarde (weerstand tussen het menselijk lichaam en de aarde). Deze mag niet meer bedragen dan 1010  en moet bij voorkeur kleiner zijn dan 109 . Voor computerruimten wordt ook wel de IBM/ICL richtlijn [15] gehanteerd. Deze stelt eisen aan de elektrische doorgangsweerstand van.de vloerbedekking (5 x 105  tot 2 x 1010 ).

Bij klachten in bestaande situaties is de bovengenoemde loopproef te gebruiken ter objectivering van de hinder ten gevolge van ontladingen. Tevens geeft de proef inzicht in hoeverre de klachten samenhangen met de geleidende eigenschappen van het totaal van de aanwezige vloerbedekking, de lijm en de ondergrond.

Er kleven echter wel enige nadelen aan de toepassing van de loopproef in de praktijk, waardoor de meetresultaten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd moeten worden:

  1. kleding kan ook een bron van statische oplading zijn (de proef bloot uitvoeren kan dit verhelpen);
  2. andere opgeladen materialen kunnen de lichaamsspanning beïnvloeden zodat niet alleen de invloed van de vloerbedekking gemeten wordt;
  3. de elektrische eigenschappen zijn veel gunstiger bij hogere luchtvochtigheid; de proef dient dus bij voorkeur bij vriesweer en een hoge ventilatievoud te worden uitgevoerd. De laboratoriumomstandigheden (r.v. 25% en temperatuur binnen 20°C) dienen zo dicht mogelijk te worden benaderd.

Overigens is met het uitvoeren van de loopproef de oorzaak van de klachten nog niet achterhaald: bij een hoge lichaamsspanning kan niet zonder meer geconstateerd worden dat het aan de vloerbedekking ligt. Behalve de vloerbedekking kunnen namelijk ook de lijm, het ondertapijt en de deklaag een rol spelen.


Reacties

6. Normen en richtlijnen — Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Het beantwoorden van vragen op de website is een gratis service die verleend wordt als er tijd voor is. En past in de doelstelling van de website, het geven van voorlichting. Reacties/vragen worden dan ook pas na moderatie geplaatst.